Close

10 januari 2019

Toekomstverkenningen voor het Erfgoed

Begin vorig jaar had ik het genoegen om mee te mogen werken aan het rapport “Toekomst van de fysieke leefomgeving in de provincie Utrecht. Trendverkenning tot 2050”. Dit rapport is samengesteld als onderdeel van de provinciale omgevingsvisie, in navolging van de Omgevingswet. Naar aanleiding van deze opdracht ben ik mij meer gaan verdiepen in de Omgevingswet en rond diezelfde tijd mocht ik mijn MA-titel erfgoedstudies in ontvangst nemen. Hoe meer ik over de wet te weten kwam hoe vreemder ik het vond dat er tijdens de masteropleiding weinig tot geen aandacht is besteed aan deze wet en dat er zo weinig strategen, futurologen en toekomstverkenners op lokaal niveau werkzaam zijn in het kader van deze wet.

De omgevingswet in een notendop; verschillende beleidsthema’s met een ruimtelijke component worden in deze wet samengevoegd met als centrale opdracht het veiligstellen van deze onderdelen en een gezonde fysieke leefomgeving voor volgende generaties. Denk bijvoorbeeld aan schoon grond-, oppervlakte en drinkwater, nu en over dertig, veertig of vijftig jaar. Het uitvoerend zwaartepunt ligt bij de gemeentes. Provincie en Rijk dienen de gaten op te vangen daar waar gemeentes niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Daarnaast is er voor het rijk een aparte positie ingericht wat betreft luchthavens, zeehavens en andere belangrijke logistieke elementen. Ook belangrijke waterkeringen en dergelijke zijn voor rekening van het Rijk.

Maar vooral is het dus aan de gemeentes om een gezonde leef, werk en recreatieve omgeving veilig te stellen in de toekomst. Hier is dus een uitgesproken plaats weggelegd voor de strategen, futurologen en toekomstverkenners.

De Nederlandse ruimtelijke ordening kent een lange traditie wat betreft scenarioplanning en toekomstverkenningen en dergelijke. Met name de grote nationale planningsprojecten en nota’s ruimtelijke ordening waren grotendeels gebaseerd op uitgebreide scenario’s. Erfgoed en monumentenzorg heeft lange tijd buiten dit ruimtelijke ordeningsproces gestaan. Binnen de ruimtelijke ordening vormde de monumenten en monumentenzorg eigenlijk altijd een blinde vlek in de planning. Planologen hadden zogezegd een broertje dood aan de monumentenzorg en andersom hoefde zij ook niet op veel sympathie te rekenen. Pas vanaf de Nota Belvedere eind jaren ’90 van de vorige eeuw wordt de monumentenzorg in het planningsproces betrokken. Voorheen bestond het werk van de monumentenzorg uit het preserveren van monumenten. Voor zover mogelijk herstellen en terugbrengen in oorspronkelijke staat, een glazen stolp erover en er dan vooral vanaf blijven zogezegd. De Nota Belvedere pleitte voor een incorporatie in het planningsproces met het credo “behoud door gebruik”, ook wel de erfgoed paradox genoemd. Door monumenten een nieuwe functie te geven kon het meegenomen worden in het planningsproces en zou behoud, nu en in de toekomst beter gewaarborgd zijn. Denk aan alle herbestemmingstrajecten van de afgelopen jaren. Leegstaande kerken en uit gebruik geraakte watertorens die zijn omgebouwd tot appartementencomplexen, de Van Nellefabriek die nu in gebruik is als evenementenhal of de Dominicanenkerk in Maastricht die nu onderdak biedt aan een boekenwinkel, enzovoorts.

Inmiddels is erfgoed eigenlijk niet meer weg te denken uit het planningsproces. Wat heet, erfgoed fungeert soms zelfs als aanjager van ruimtelijke ontwikkelingen, in de erfgoedsector wordt dit de vectorbenadering genoemd. Maar het werken met scenario’s en het toekomst-denken en toekomstverkennen is nog maar mondjesmaat tot de erfgoedsector doorgedrongen. Dat is vreemd, want een van de kernopgaven van de moderne erfgoedsector en nu ook in de omgevingswet vastgelegd is het veiligstellen van ons erfgoed voor toekomstgeneraties.

Om dat te kunnen doen, om het erfgoed veilig te stellen in de toekomst is het van belang dat er op een gestructureerde wijze naar de toekomst gekeken wordt. Dat gebeurt in de erfgoedsector mijns inziens nog te weinig. De erfgoedsector is op dit moment vooral een spanningsveld tussen projectontwikkelaars op zoek naar een verdienmodel enerzijds en belangenverenigingen die het liefst zo veel mogelijk bewaard willen zien anderzijds. De erfgoedspecialisten laveren tussen beide partijen en belangen met raad en advies. Toekomstdenken, een gerichte toekomstvisie en toekomstscenario’s kunnen de erfgoedspecialist beter in staat stellen en een brug te slaan tussen de verschillende belangen, en deze nader tot elkaar te brengen. Op die manier kan de toekomstverkenning als communicatiemiddel dienen. En ervan uitgaande dat in het kader van de omgevingswet het erfgoed via een toekomstvisie verankerd gaat worden in ruimtelijke wetgeving maakt de toekomstverkenning een onmisbare tool voor de erfgoedspecialist, en is de erfgoedsector een belangrijk werkveld voor de toekomstverkenner, futurist en scenarioplanner.

 

Bronnen:

  • Character Sketches – National Heritage and Spatial Development Research Agenda, Netwerk Erfgoed & Ruimte
  • Erfgoed in de Omgevingswet, Steunpunt Monumenten & Archeologie Noord-Holland
  • Internetportal aandeslagmetdeomgevingswet.nl