Close

15 februari 2016

Big Data en de Privacy-discussie

bron: peimag.com

bron: peimag.com

Onze week heeft deels in het teken gestaan van Big Data en ik wil van de gelegenheid gebruik maken om er dit blog aan te wijden. Wanneer ik aan Big Data denk kan ik het niet los zien van de privacy-discussie; hoe we vanaf begin deze eeuw steeds meer privacy in hebben moeten leveren. In dit blog wil ik deze discussie in een kritisch licht plaatsen en de vraag voorleggen of deze discussie wellicht achterhaald is. Hebben wij werkelijk privacy verloren, of hebben we het misschien nooit echt gehad? Is het misschien een andere vorm van privacy-beperking en is het werkelijk zo negatief als in de media geportretteerd?

Beginnend bij Big Data, wat is dit nu eigenlijk? In de aanloop naar het schrijven van dit blog dacht ik een goed omkaderd en helder beeld wat betreft de betekenis van de term te hebben. Een snelle scan op internet laat zien dat de term eigenlijk nog helemaal niet gedefinieerd is. Dus beperk ik mij in dit blog tot de ideeën die ik er zelf op nahoud; grote hoeveelheden data (te groot voor standaard databaseverwerkingsprogramma’s) met een snelle verwerkings- en omlooptijd en weinig kwaliteitsdiscriminatie. Nu spelen er talloze discussies over Big Data, niet alleen over de definitie maar ook en misschien vooral rondom de applicatie van Big Data. Op die wijze speelt er ook indirect een zeer hardnekkige discussie over Big Data in de vorm van de privacy-discussie. Of liever, de teloorgang van de privacy.

privacy_big_dataDe wereld waarin wij leven is drastisch veranderd na 11 september 2001. Politie- en veiligheidsdiensten hebben in toenemende mate bevoegdheden en middelen toebedeeld gekregen. Dit gaat hand in hand met allerlei technologische ontwikkelingen en volgens mij is Big Data hier een voorbeeld van. De veiligheidsdiensten vergaren steeds grotere hoeveelheden informatie. En niet alleen veiligheidsdiensten, ook internet gigant Google of social media vlaggenschip FaceBook doen goed hun best wat datavergaring betreft. Dit thema heeft nogal wat stof op doen waaien de afgelopen jaren.

Ikzelf ben geboren in 1978, opgegroeid in de laatste stuiptrekkingen van de inmiddels overleden verzorgingsstaat én belangrijker nog voor dit verhaal, de slotfase van de Koude Oorlog. Het werkelijk eind van de Koude Oorlog wordt betwist maar over het algemeen wordt aangenomen dat de val van de Berlijnse Muur eind 1989 het begin van het eind is geweest. Ik kan mij nog goed herinneren dat in de schaduw van de elf september aanslagen een hoop tumult ontstond rondom het toenemend aantal beveiligingscamera’s, zo ook in Nederland. Dat was nog maar het begin. Stukje bij beetje hebben wij steeds meer van onze privacy vrij moeten geven aan veiligheidsdiensten en antiterreurwetgeving. Op dit moment speelt de discussie of de politie “ons” burgers mag gaan hacken, onder welke omstandigheden en in welke maten. Bij ieder privacy-beperkend besluit lopen de (social) media over van tegengeluiden en protesten. Het zou allemaal zo slecht zijn, dat privacy verlies. Want “ze” hoeven “dat” toch allemaal niet over “ons” te weten.

Maar wie zijn “ze” nu werkelijk? Je bent geneigd om te antwoorden dat het de eerdergenoemde politie- en veiligheidsdiensten en de social media zijn, in feite is dat een correct antwoord op de vraag. Beter buigen we ons dan over de vraag hoe er met onze vrijgegeven privacy wordt omgegaan. Bij mijn weten komt dit aan op Big Data. Enorme databases waarin emails, telefoongesprekken, sms-berichten, camerabeelden enzovoorts worden opgeslagen. Social media en zoekmachines houden ons internetgebruik bij. Is dat alles echt zo’n ramp? Gaan we dan niet voorbij aan het feit dat dit heeft geleid tot de verijdeling van een aantal grote terroristische aanslagen en dat een groot aantal misdrijven hierdoor opgelost is kunnen worden? Niet alleen schuld, ook onschuld is beter aan te tonen en het aantal onterecht veroordeelden is ongetwijfeld aan het afnemen. Om kort te gaan; zij die kwaad in de zin hebben worden (makkelijker) voortijdig dan wel naderhand herkend. Veelal omdat steeds meer gegevens van en over “ons” worden verzameld in onder andere Big Data.

Dat verzamelen van informatie, het in de gaten houden van en door elkaar is inherent aan de mensheid.

Spy vs Spy Bron: villians.wikia.com

Spy vs Spy Bron: villians.wikia.com

Binnen sociale groepen (stammen, nationaliteiten enz.) heeft men zich altijd naar de groepscultuur moeten schikken en onderwerpen aan de wet- en regelgeving. Het was “meedoen” of op z’n minst verstoten worden. Denk aan de religieuze vervolging binnen het Romeinse Rijk en in de middeleeuwen door Europa (Spaanse Inquisitie, heksenjachten en vervolging van protestanten). Om nog maar te zwijgen van de pogroms waar de Joodse gemeenschap al millennia lang wereldwijd mee geconfronteerd zijn. Kortom; het beschermen van de “eigen” groep, door deze te controleren is niet iets nieuws.

Gaande de Koude Oorlog werd er ook veel informatie over “ons” verzameld. Sterker nog, toen werden “wij” nog veel meer in de gaten gehouden en waren de veiligheidsdiensten op zoek naar subversieve elementen en spionnen. De geringste verdenking van communistische affiniteit stond garant voor een uitgebreid onderzoek naar de persoon. Niet heel veel anders dan er op dit moment gebeurt. Maar, waar er nu lukraak persoonlijke informatie wordt opgeslagen in databases waar alleen naar gekeken wordt in geval van gegronde redenen (denk aan het gebruik van specifieke woorden in mailwisselingen of telefoongesprekken) werd men toen door personen onder de loep genomen. Tot een heksenjacht zoals door Amerikaans senator McCarthy ontketend in de jaren ’50 heeft het hier godzijdank niet geleid.

[stextbox id=”info”]Joseph Raymond McCarthy, geboren 14 november 1908 en overleden 02 mei 1957, Amerikaans jurist en politicus. Vooral bekend geworden vanwege zijn felle jacht op (vermeende) communisten, waarmee hij het publieke en politieke debat ongeveer een half decennium overheerste. Zijn politieke strijd staat inmiddels bekend als “McCarthyism” en de jaren 1950 – 1956 “the McCarthy era” of “the Second Red Scare.” McCarthy zelf heeft de nodige verhoren geleid en door zijn opruiende houding en taal is de, veelal door hem voorgezeten “House Un-American Activities Committee” (HUAC) in het leven geroepen. Met de oprichting van de HUAC krijgt de heksenjacht echt vaart en omvang. Een van de meer noemenswaardige wapenfeiten van de HUAC is de “Hollywood blacklist” die ongeveer 300 mensen in de Amerikaanse entertainment industrie alleen al de carrière heeft gekost. McCarthy vond een gewillig medestrijder in J. Edgar Hoover, jarenlang hoofd van de “Federal Bureau of Investigation” (FBI) en zijn nationale onderzoeks- en opsporingsorganisatie zullen ervoor zorgen dat McCarthy goed voorzien werd van “slachtoffers.” Vanaf 1954, wanneer McCarthy besluit de militaire top aan te vallen besluit de senaat om de verhoren live op tv uit te zenden en krijgt de Amerikaanse bevolking te zien hoe McCarthy als een bezetene mensen aan een ongenadig verhoor blootstelt en beschuldigingen maakt die weinig basis lijken te hebben. Dit zal hem publieke steun kosten en tot censuur leiden. Vrij snel daarna verdwijnt McCarthy van het politieke toneel en zal in 1957 overlijden. Maar de schade is dan al aangericht en de Amerikaanse bevolking gepolariseerd.[/stextbox]

Wij leefden hier in Nederland in een geïnstitutionaliseerde angstcultuur die de bevolking aanspoorde “waakzaam” te zijn. Zo vertelde een oud persfotograaf mij onlangs ergens vroeg jaren ’80 te zijn benaderd door het hoofd van de politie van het dorp waar hij woonde met het verzoek om foto’s te maken van de bezoekers van een dodenherdenking in dat dorp, dat zou namelijk minder opvallen. Het hoofd van de politie op zijn beurt was weer benaderd door een agent van de Binnenlandse Veiligheidsdienst met hetzelfde verzoek, er zouden zich namelijk wellicht communistische elementen onder de bezoekers bevinden. Dit is een heel goed voorbeeld van hoe men werd aangespoord elkaar in de gaten te houden en dit gebeurde op grote schaal. Desondanks is er tijdens de Koude Oorlog nooit zo’n grote discussie geweest over het inleveren van privacy zoals dat nu het geval is. Met deze historische kanttekening, kunnen we dan werkelijk praten over verloren privacy, of is het een andere vorm toch al beperkte privacy?